Het was een prachtige dag waarop we volop genoten van het simpelweg ‘zijn’ in de moestuin. We streken heerlijk neer onder de oude vruchtbomen. Deze oude boomgaard bestaat grotendeels uit appelaars, maar herbergt ook een perelaar en een pruimelaar. Met hun verweerde stammen zijn ze sterk genoeg om hangmatten te dragen, extra leuk! Verderop staan nog mispels en kweeperen, al bevinden die zich in een veel jonger stadium; ze buigen nu al door onder het gewicht van hun weinige vruchten. Al struinend naar bessen genoten we van het zomerse buitenleven.
Roseval aardappelen delven
De tijd bleek echter gevlogen, en toen we merkten dat het langzaam tijd werd voor het avondeten, besloten we de eerste aardappelen uit de tuin mee naar huis te nemen.
Omdat we verschillende soorten hebben staan (Annabelle, Roseval en de iets latere Frieslanders), kozen we de soort die we niet hoefden te schillen. De keuze viel op de overbekende Franse Roseval: het kindje van de Vale en de Rosa. Dat niet hoeven schillen scheelde weer tijd, en aangezien deze soort al had gebloeid – de tere bloemetjes lenen zich overigens prachtig om te drogen tussen mijn bloemenpersen – moesten ze wel klaar zijn om te delven.

Eenmaal uit de aarde bleken de aardappelen nog waarachtig klein te zijn, met slechts af en toe een grotere ertussen. Nu is de Roseval van nature al geen reus, maar wellicht hadden ze wat meer tijd nodig gehad om te groeien. Of misschien had ik ze toch wat water moeten geven in plaats van enkel mest.
Al deze overdenkingen ten spijt: ze waren er nu al uit! We besloten dan maar meteen een hele rij te delven, zodat we in ieder geval genoeg hadden voor twee maaltijden. En eerlijk is eerlijk, ze zagen er verrukkelijk uit. Wat een kleur en wat een geur! Overigens heb ik mij door de ervaren leden van onze volkstuinvereniging laten vertellen dat je aardappelen met de hand ‘delft’, en dat je pas van ‘rooien’ spreekt als je ze machinaal oogst.
De verse oogst op tafel
Thuis kookte ik de helft en de andere helft bakte ik op. In tegenstelling tot wat ik her en der op internet lees, bleven deze aardappeltjes niet vast; een minuut of acht koken was dan ook echt meer dan genoeg. Een klein beetje zeezout, tijm en rozemarijn eroverheen, en klaar. En o, wat waren ze goddelijk! Een pure, intense aardappelsmaak.
En zo schaarden we ons die avond thuis heel even bij de aardappeleters van Van Gogh. Enkel niet in arren moede bij een olielampje, maar voldaan, op een stralende midzomeravond.